Pieter Corneliszoon Hooft

Op een Afzeggen

Lieve lichte Leonoor,
Ik en hield u daar niet voor,
Als ik lieve lichte zei:
'k Meende uw oogjes allebei.
Niet dat, in hetgeen ik sprak,
Al te dubble waarheid stak.
Op den eenen avondstond
Zeide mij uw schoone mond:
''Liefste, lievren heb ik geen.''
's Andren avonds zegt gij: ''Neen.''
Zinnetjes te wispelziek,
Ziet of uw gepluimde wiek
Andre re&ecitrc;n van wenden vindt
Als het draaijen van den wind.
Dikwijls wind nog statig waaijt;
Maar dat gij gedruig draaijt,
Of gij neen waarachtig zweert,
Ge 'ebt het van een tol geleerd!
Al wie volgen haren draf,
Delven zelven zich een graf.

Opmerkingen aan: coster@dds.nl
Naar de Coster-pagina