Pieter Corneliszoon Hooft

Brief aan Suzanna Bartelotti

(fragment)

Mejuffrouw,

Ik schaam mij voor uwe rijpe wijsheid, in zulk eene groente van jeugd, 't geen ik mij niet schamen zoude voor Salomo zelve. Want dat een persoon, die mijne jaren, de wereld gezien, en eenige kennis heeft aan dat deel der geleerdheid, waardoor men eene redelijke voogdije over zijne zinnen gewint, zich laat vervoeren van de liefde te eener jufvrouwe tot doodelijk krank wordens toe, zoude bij dien wetenden Koning niet-alleen vergiffenis maar medelijden waardig gevonden worden, als die zichzelf voor desgelijken verloop niet heeft geweten te hoeden. Bij u, mejufvrouw, zie ik niets dat mijne ongeregeldheid verschoonen kan: als alleen die gunste waarin het uwe edelhartigheid geliefd heeft mij, uit enkele heuschheid, te ontvangen. Deze en de nood verkrachten de schaamte. [...]

Onderdaanste Toegedaanste Dienaar

P.C. Hooft


Opmerkingen aan: coster@dds.nl
Naar de Coster-pagina