Sonnet aen heere Constantijn Huighens

P.C. Hooft

Men voede Achilles op met mergh uit Leeuweschoncken;
Dies siedende' oorloghsucht reed door sijn leeden rap.
Van rusten wierdt hij mat, van woelen frisch, en schrap
Stondt hij veel liever, dan hij stack in lust versoncken.

Maer Huighens inborst, die voor sogh heefr opgedroncken
Der eedle konsten klaer en sinnesuiverend sap,
Vlamt op het eerlijck' fray, waer nae sijn vrijerschap
Uit allen ijver rent, geprickt van heilghe voncken.

Dies luisteren nu sijn luit, sijn stem, sijn streelend dicht
Nae wetten van die geest, op alles afgericht.
Nae dese schickt zich 't puick zynre' uitgeleesen zeeden.

Doch dit 's maer voorspel. T'han de welvaert van sijn landt
En vrijgevochten volck aenstellen wil haer trant,
Op maetslagh eener siel soo vol van rijm en reden.

Omnibus Idem

Jan. 1626

[Het antwoord van Huygens]


Ingezonden door Jan Jacobs