P.C. Hooft

Al troont geleerde hand, met vingren wis en snel,
Vloeizoete wijzen uit het zangrig snarenspel;
Al lokt uw sneêge zang, met streelend lief geluid,
De vlotte ziele tot het zwijmend ligchaam uit:

In strikjes van uw hair mijn geest niet is verwart.
Uw blinkend aangezigt sticht mij geen brand in 't hart.
Van 't schittren uwes oogs en word ik niet verblind.
Noch stem, noch kunstig spel mijn zacht gemoed verwint.

Maar wijze goedheids kracht, en 't needrig braaf gelaat
Dat teedre borst verkwikt en trotsche borst verslaat;
Maatwijze geestigheên, bevalliglijk vertaald:
Deez' hebben op mijn ziel verwinnings roem behaald.