s Gebed over des Heeren Avond-Mael-- Huygens

Constantijn Huygens
1596-1687

Gebed over des Heeren Avond-Mael

Ghij maeckte  Water Wijn: dat 's klaer als wijn of water;
  En 't was een wonder-werck. Ghij noemde Brood uw Lijf,
  En Wijgaerd-sap uw Bloed, en 't was een tucht-bedrijf
Tot uw' geheughenis: soo lees ick, en soo staet'er.
Mijn ziel vergaapt sich niet aen wat vele eewen later
  De grove gronden leij van eewelick gekijf;
  Wie u 'tmirakel, Heer, of aen-schrijv' of ontschrijv,
Houd ick voor even boos van opsett en van snater.
  Gunt mij het recht, het slecht, het oud, het all-gemeen,
Het onbemorst gebruijck van wat ghij hebt gesproken;
En dit mirakel toe: O God voor mij gebroken,
  Breeckt nu dit lichaem oock en dese siel van een.
Neen, neen, verworpen steen, ghij zijt er van gewroken;
Maeckt maer mijn' steen tot vleesch, en maer mijn vleesch tot steen.