Onze voorouders

Jacob van Lenneppagina

Voetnoten

Remen
Inwoners van Champagne, wier naam nog in stad Reims is bewaard gebleven.
nieuwen krijg
De overwinningen, door Cesar op de HelvetiŽrs behaald, worden door hem beschreven in zijn Werk: De Bello Gallico (book 1-4) latijn, lib I, cap 12.
Belgen
Zie het verhaal hiervan in het De Bello Gallico (book 1-4) latijnlib II, III, IV
Usipeten
De inval der Usipeten, waarbij ook de Tenkteren hadden genoemd moeten worden, gold voornamelijk en in de eerste plaats de aan weerszijden der Maas wonende MenapiŽrs, ik heb meenen te mogen veronderstellen, dat ook de Batavieren daarvan voor een gedeelte de slachtoffers waren. Men vindt het verhaal van dien strooptocht in De Bello Gallico (book 1-4) latijn, lib IV. cap4, 6
glad en vol gelaat, die blozende kleur en vriendelijke mond, waarom geen haartje te vinden was

Fuisse traditur (Ceasar) excelsa statura, colore candido, teretibus membris, ore paullo pleniore, nigris vegestisque oculis, valetudine prospera.... Circa corporis curam moriosor, ut non solum tonderetur diligenter, ac rederatur, sed velleretur etiam, ut quidam exprobaverunt: calvii vero de formitatem iniquissime ferret, saepe obtrectatorum iocis obnoxiam expertus. Ideoque et deficientum capillum revocare a vertice assueverat: et ex omnibus decretis sibi a senatu populoque honoribus, non aliud aut recepit aut usurpavit libentius, quam ius laureae perpeteo gestandae. Etiam cultu notabilem ferunt.

En verder:

armerum et equitandi peritissimus, laboris ultra fidem patiens erat: in agmine. nonnunquam equo, saepius pedibus ante ibat, capite, detecto, seu sol, seu imber esset.

Suetonius in vit. Ceasaris , cap 45, sqq

kaalheid van Ceasar

Utebatur (Ceasar) equo insigni, pedibus prope humanis et in modum digitorum ungulis fissis; quem natum apud se, cum haruspices imperium oribis terrae significare domino prenuntiassent, magna cura aluit, nec patienten sessoris alterius primus adscendit.

Suetonius in vit. Ceasaris cap 61, ssq

snelheid
De snelheid in zijn krijgsbewegingen had Cesar met Napoleon gemeen, wien hij overtrof in zorg voor zijn leger, hetwelk, onder zijne aanvoering, nimmer aan levensmiddelen en krijgsbehoeften gebrek leed. Intusschen strekt deze omstandigheid ter verschooning voor den laatstgenoemde, dat hij, uitgezonderd op zijn tocht naar Rusland, altijd den oorlog overbracht in rijke en welvarende streken, waar zijn soldaat ten koste van den burger en den boer te gast kon gaan; terwijl Cesar op zijne ondernemingen tegen GalliŽ en GermaniŽ te voren wist, dat hij woeste en onbebouwde streken door moest trekken, waar geen voorraad te vinden was, dan dien hij zelf met zich voerde. Ė Ter staving van hetgeen ik wegens de schier ongelooflijke snelheid zijner tochten heb gezegd en ten blijke, hoezeer bij hem voorzichtigheid met moed gepaard ging dienen het volgend van Suetonius in vit. Ceasaris cap 57.:

Longissimas vias incredibile celeritate confecit expeditus, meritoria rheda, centena passuum milia in singulos dies: si flumina morarentur, nanda trajaciens, vel innixus inflatis utribus, ut persaepe nuntios de se praevenerit. In obeunids expeditionibus, dubium cautior an audentior. Exercitum neque per insidiosa itinera duxit unquam, nisi perspeculatus locorum situs: neque in Brittanniam transvexit nisi ante per se portus et navigationem et accessum ad insulam explorasset.

Deze regels rechtvaardigen, mijns bedunkes, genoeg de persoonlijke opneming van den Maasoever, welke ik hem laat doen, en waarvan de uitslag ook zoude kunnen blijken in zijne zoo nauwkeurige beschrijving der ligging van het eiland der Batavieren, te vinden in zijn meergenoemd werk De Bello Gallico (book 1-4) latijn lib IV, cap 10.

kohorten van Piso
De gelukkige aanval der Usipeten op het Romeinen leger, en de dood van Piso, worden door Cesar verhaald. (De Bello Gallico (book 1-4) latijn, lib IV, cap 12)
ít keurigst uitgedost
Ook dit getuigt Suetonius in vit. Ceasaris, cap 46.

Brittanium petiisse spe margaritarum, quarum amplitudinem conferentem, interdum sua manu exegisse pondus.

wingerdstok

(Vites) inserta castris summam rerum imperiumque continent. Centurionum in manu vitis et opimo praemio tardos ordines ad lentas perducit aquilas, atque etiam in delictis poenam ipsam honorat.

Plinius, Hist Nat. lib. XIV, cap 3

De Batavische Hoplieden hebben echter, nog onder Augustus, dit voorrecht verkregen.



[Deel ] [Jacob van Lennep pagina

Bezorgd door Joachim Verhagen (J.C.D.Verhagen@fys.ruu.nl).
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.