Dieryck Volckertzoon Koornhert (1522-1590)

Al mijnen tyd
Heb ick verteert
In liefden / daar ick bleef vermeert
Sonder profijt /
Om een die my noyt heeft begeert /
Sy heeft met my den zot gescheert:
Al mynen tyd

Na hare jonst /
Socht myn ghemoed:
Die miste ick / maar schoon woorden zoet
Gaf zy met konst:
Dick heeft zy my uyt spot // ghegroet /
Dies liep ick als een zot // arm bloed
Na hare jonst.

Nochtans mind ick
Die loze Vrouw:
Op hope dat zy troosten zouw /
Dy zeydet dick:
Daar in vand icse onghetrouw /
D’welck my arm dwaas int hert deed rouw:
Nochtans mind ick

Al Korenhart.
Princesse fier /
Ben ic veylich voor u dangier:
Verlost van smert /
My lustniet meer van uwen bier /
Ic leef nu vry na mijn manier
Al Korenhert.
Bron: Spiegel van de Nederlandsche poezie door alle eeuwen. (1939) N.V. De Spiegel, Amsterdam

E-Mail: 0vwijk02@lelystad.flnet.nl

Laatste wijziging: 08-sep-96


Coster-pagina