Pieter Langendyk (1683-1756)

Een Gaskonnade

Een arm verwaand Gaskon, in Amsterdam verschenen,
Stond schreijend voor ’t stadhuis. Men vroeg hoe zyt gy mal?
Ontroerd u dit gezicht? Ja sprak hy, ik moet weenen,
Zo net gelykt dit huis myn vaders paerdestal.
Indien ik in myn land wer mocht aan ’t bouwen raaken,
Zou ik de staldeur wat aanzienelyker maaken.