Pieter Langendyk

Het wederzyds huwelyksbedrog

Blyspel

Samenvatting door Marc van Oostendorp

 


Eerste Bedryf

Lodewijk, een man van verarmde adel, en zijn vriend en lakkei Jan lopen door Utrecht. Lodewyk komt oorspronkelijk uit deze stad maar is hier lang niet geweest en zoekt nu naar zijn moeder en zuster. Tegelijkterijd kan hij zijn gedachten niet afhouden van een meisje dat hij een dag eerder heeft gezien op de Mailbaan. Lodewyk en Jan blijken beide ervaren bedriegers: ze verdienen her en der wat geld bij met gokken en ze zijn daarbij niet altijd even eerlijk. Bovendien blijkt Lodewyk overal waar hij komt een koffer met stenen mee te nemen om te suggereren dat hij veel bagage heeft en zo herbergiers te laten denken dat hij een vermogend man is. Om het meisje van de Malibaan te verleiden, bedenkt Lodewyk een plan: hij zal voor graaf spelen en Jan voor zijn neef de baron. Ze nemen hun intrek in herberg In De Gouden Muizeval en Jan zorgt voor lakkeien.

Terwijl Lodewyk met de herbergier onderhandelt, komen Charlotte, het meisje van de Malibaan, en haar dienster Klaar naar buiten. Charlotte doet luidkeels net alsof ze Klaar opdracht geeft allerlei dure spullen te kopen om indruk te maken op de graaf, maar de laatste weet wel beter: dat wordt weer op een houtje bijten. Als Charlotte wegloopt, zogenaamd om oorbellen bij de juwelier te halen, richt Lodewyk het woord tot Klaar en hoort haar uit over Charlotte: hij geeft het meisje geld en vraagt naar naam en inkomen van de meesteres. Dan komt Charlotte terug, luid gillend om hulp omdat ze beroofd zou zijn van haar parelsnoer. De herbergier met een knechte en Lodewyk gaan dan de veronderstelde dieven achter na, ieder een ander straatje in. Dit geeft Charlotte en Klaar de gelegenheid rustig te praten. Charlotte bekent dat de zogenaamde diefstal alleen een valstrik was om Lodewyk in haar „minnenetten” te lokken, en Klaar vertelt wat de zogenaamde graaf allemaal heeft willen weten. Klaar plaagt Charlotte wat met haar armoe, maar dan komt een bode geld en een brief brengen uit het leger.

Konstance, de moeder van Charlotte, komt naar buiten en verklaart van wie brief en geld afkomstig zijn: van haar zoon, de broer van Charlotte. Hij zit in Brussel en is onderweg naar huis, samen met zijn echtgenote Sofy. Konstance gat terug naar huis; er valt nog van alles te regelen voor haar zoon terugkomt. Dan komt Lodewyk onverrichterzake terug van de dievenjacht. Charlotte bedankt hem voor de moeite en dan begint Lodewyk omstandig zijn liefde te verklaren. Hij beweert dat hij een graaf uit Polen is en dat hij graag meer met haar zou willen praten. Hun gesprek wordt verstoord die terugkomt in een edelmanskostuum, met twee lakeien en een kruier. Jan noemt zichzelf de baron van Schraalenstein. Voorzichtig leidt Lodewijk de twee vrouwen weg en daarna vertelt hij dat hij het meisje van de Malibaan gevonden heeft en dat de zaken „niet hopeloos” lijken.

Tweede Bedryf

Charlotte is zich thuis aan het opmaken voor haar graaf. Niet alle kleren zijn aanwezig, omdat sommige bij de lommerd liggen, maar zij en klaar maken er het beste van. Klaar wil zichzelf echter ook mooi maken: de „baron” heeft haar namelijk gezoend en ze droomt ervan hem te trouwen. Charlotte wil haar eerst niet toestaan om zich op te maken, maar als Klaar dreigt dat ze dan alles over Charlottes werkelijke staat van leven zal vertellen aan de graaf, bindt ze in. Konstance komt binnen met Klaars broer Fop en Klaars verloofde Hans. Ze hebben samen een plan bedacht om de graaf, die aanstonds zal komen te laten denken dat er grote rijkdommen in dit huishouden zijn. Daarvoor moeten Fop en Hans zich verkleden. Fop en Hans beloven dat ze hun best zullen doen en verdwijnen. Konstance en Klaar praten even over hoe prettig het is dat Karel, Charlottes broer, weer komt en hoe ze de graaf zullen vangen.

Als Lodewyk binnenkomt, spreekt hij deftig en hoffelijk met Konstance. Zij vraagt hem waar zijn graafschap precies ligt. In Habislouw, zegt hij, en hij vertelt dat hij al jong door zijn vader naar het Duitse hof is gestuurd, maar dat hij nu met zijn neef op rondreis is. Dan komt Fop binnen, verkleed als boer. Hij voert met Konstance een toneelstukje op, waaruit moet blijken dat de familie een groot landgoed heeft dat veel opbrengsten levert; Fop komt zogenaamd een deel van die opbrengsten brengen. Als Konstance met Fop verdwijnt om het geld te tellen, kan Lodewyk uitvoerig zijn liefde aan Charlotte verklaren en haar ten huwelijk vragen. Charlotte zegt dat ze dit eerst met haar moeder wil overleggen. Dan wordt het gesprek weer gestoord, nu door Hans, die zich vermomd heeft als een Waalse juwelier, die Charlotte als zijn beste klant beschouwd. Hij komt haar een sieraad aanbieden voor achthonderd gulden. Charlotte zegt dat ze niet meer dan zeshonderd wil betalen. Dan springt Lodewyk bij en legt nog eens vijftig gulden toe op het bod van Charlotte. De juwelier moet het geld maar bij hem thuis komen halen. Hans verdwijnt en Lodewyk biedt Charlotte het juweel aan. Nu wordt het gesprek gestoord door Jan, die een brief komt brengenen bovendien met een raar verhaal met Charlotte flirt: hij zou eens verliefd zijn geweest op een meisje in EthiopiŽ, die precies op Charlotte leek, maar die uiteindelijk trouwde met de Keizer der Tartaaren. Als Lodewyk en Jan de kamer verlaten, verliest Jan zogenaamd per ongeluk de brief.

Konstance en Fop komen terug om met de meisjes na te genieten van de geslaagde truuks. Nu moet Charlotte zich laten schaken, vindt Konstance: zo kan ze met de graaf trouwen zonder dat Konstance een bruidschat bij elkaar hoeft te zoeken. Dan vinden ze de brief. Hij is van een zekere Ossekop, Bankier van de Denen in Brussel, die aan de graaf een grote som geld beloofd. Iedereen is verrukt. Dan verklaart Klaartje dat ze met de baron wil trouwen. Haar verloofde Hans zal ze daarvoor afkopen.

Derde Bedryf

Jan en Lodewyk staan weer op straat. Lodewyk is enthousiast over zijn succes, maar Jan heeft zijn twijfels: is al die rijkdom wel echt? Lodewijk gaat het de herbergier vragen, die vertelt dat de familie leeft van een rijke erfenis uit Oost-IndiŽ. Ze is dus rijk en Jan zal haar volgens Lodewyk wat meer respect moeten betonen. Dan ziet Lodewyk dat Charlotte naar buiten kijkt. De twee mannen beginnen te doen alsof ze vechten.

Ze worden uit elkaar gehaald door de herbergier, die vraagt wat er aan de hand is. De ruziemakers geven toe dat het inderdaad maar een bagatel was, duizend gulden slechts. Ze sluiten weer vrede. Klaar is ook naar buitengekomen en vraagt of ze onder twee ogen met de heren kan spreken. Ze heeft een brief bij zich waarin Charlotte schrijft dat haar moeder tegen het huwelijk is.

Lodewyk is wanhopig, maar Klaar suggereert voorzichtig dat hij zijn geliefde zou kunnen schaken. Dat vind Lodewyk een goed idee: als Charlotte het ook wil zal hij het die avond nog doen. Hij trekt zich terug om een brief over dit onderwerp te schrijven.

Klaar en Jan zijn nu alleen. Jan vertelt bijzonder fantastische verhalen, over Lodewyks heldenmoed en over die van hemzelf. Dan begint hij Klaar te zoenen en vraagt haar ten huwelijk. Met nog enkele fantastische verhalen schildert hij het rijke leven dat ze zal leiden als ze met hem naar Polen gaat. Klaar stemt toe in een huwelijk en Jan begint haar opnieuw te zoenen, als Lodewyk terugkomt met de brief, die hij aan Klaar geeft. Jan en Lodewyk praten nog wat na: wat als de meisjes achter het bedrog komen. Dat zullen ze dan wel weer zien. Klaar is al snel weer terug met een boodschap van Charlotte: om zeven uur zal ze klaar staan om met hem te spreken.

Vierde Bedryf

Het is zeven uur, Charlotte is zenuwachtig over wat komen zal. Doet ze er wel goed aan om haar eer zo te grabbel te gooien. Misschien is het beter om eerst te wachten tot broer Karel terug is, om uit te vinden wat hij denkt. Konstance heeft haar hierin nog geen gelijk gegeven, of Karel komt inderdaad binnenstappen. Grote vreugde nu hij na zoveel tijd terug is. Hij trekt zich samen met zijn moeder en zus terug en dit laat Hans en Klaar alleen achter in de kamer. Hans is chagerijnig om wat hij gehorod heeft over Klaar en de „baron”; maar als Hans zo kwaad is zegt Klaar ook niet met hem te willen trouwen. De kwestie loopt hoog op, en Hans en Klaar staan al met elkaars huwelijksbelofte in de hand, klaar om deze te verscheuren, als ze besluiten het allebei toch niet zo te menen. Ze houden te veel van elkaar. Dan komt de hele familie weer terug. Moeder en zus hebben Karel ondertussen voorgelicht en deze vertrouwt het zaakje niet: van een Bankier der Denen Ossekop heeft hij in Brussel nog nooit gehoord. Hij wil die graaf wel eens zien.

Karel en zijn moeder verdwijnen en dan komt eerst Jan binnen om te vertellen van de grafelijke liefde, en vervolgens Lodewyk zelf. De laatste begrijpt er niets van: wat is er aan de hand, waarom gaat Charlotte niet mee? Charlotte verdwijnt met de adelijke heren naar een aparte kamer. Onmiddellijk daarna komen er twee schuldeisers binnen, Hendrik en Joris. Klaar probeert ze eerst aan het lijntje te houden en weg te sturen, maar dat laatste is nog niet gelukt als Charlotte weer terug komt met het bezoek. Charlotte doet net alsof Klaartje vergeten is de rekeningen door te geven; ze zullen de volgende dag nog worden betaald, belooft ze nu. Na de schuldeisers verdwijnen ook Lodewijk en Charlotte, en dit laat Klaar en Jan de gelegenheid om weer even alleen te zijn. Jan vertelt weer de nodige fantastische verhalen, draagt een liefdesgedicht voor en belooft Klaar weer van alles. Dan komt Hans binnen. De twee mannen krijgen ruzie over Klaartje, maar uiteindelijk geeft Jan Hans een aantal dukaten en belooft hem tot hofmeester te maken in Polen, waar hij dan Klaar, de barones van Schraalenstein kan bedienen.

Vyfde Bedryf

Hans en Klaar praten nog wat na over het geluk dat de laatste nu getroffen heeft. Dan komt Jan alweer binnen en doet Klaar allerlei beloften, deze keer over de kleding die ze zal mogen dragen.

Ook Karel komt binnen, met zijn moeder en zuster, en met zijn juist gearriveerde echtgenote Sofy. Het duurt niet lang voordat Karel in de gaten heeft wie de baron eigenlijk is: de soldaat die enkele maanden tevoren gedeserteerd is en toen een van Karels beste paarden geroofd heeft. Jan ontkent verontwaardigd, maar als hij zich terug wil trekken, roept Karel: „Jan, Jan” en door de reageren geeft de bedrieger zich bloot. Na een gevecht wordt hij in de boeien geslagen en geeft al zijn wandaden toe. Karel bijt hem verontwaardigd toe dat jij ter dood zal worden gebracht. Charlotte is ondertussen wanhopig over de manier waarop ze bedrogen is.

Lodwyk treedt binnen. Onwetend over de ontmaskering, is hij eerst verontwaardigd over het onthaal dat hij van Karel krijgt. Snel wordt hem duidelijk dat Jan alles heeft toegegeven. Dan vertelt ook Lodewyk zijn ware verhaal: hij is van verarmde adel en heeft op heel jonge leeftijd zijn moeder en zuster verlaten om als kadet te dienen. Daarna heeft hij nog veel ellende meegemaakt maar is altijd edel gebleven. Uiteindelijk geeft hij zijn naam: Van Kaalenhuizen. Dit doet Karel verbleken; hij trekt zich terug om Sofy te halen. Die herkent Lodewyk meteen als haar broer.

Jan wordt er weer bijgehaald; hij jammert voortdurend dat hij niet opgehangen wil worden. Na een uitgebreide discussie blijkt iedereen iedereen bedrogen te hebben. Zelfs Sofy hoort voor het eerst dat de familie van Karel niet zo vermogend is als het zich heeft voorgedaan. Alle bewijzen van rijkdom over en weer waren slechts list en bedrog. Uiteindelijk wordt Jan de genade geschonken en krijgt Lodewyk toestemming om met zijn schoonzuster Charlotte te trouwen. Klaar vraagt Hans weer ten huwelijk, maar deze wil daar niets meer van weten. Jan krijgt geld van Lodewyk om de herbergier te betalen. Jan is dat echter niet van plan; hij gaat alleen weer nieuwe avonturen tegemoet.


[Coster-pagina]