Karel Lodewijk Ledeganck (1805-1847)

De laetste zwaluw

October strooit, by wind en vlagen,
De gele blaedren langs den grond;
Reeds koud en huivrig zyn de dagen,
En vliegt gy, Zwaluw! hier nog rond?
o Vlugt, geliefde! vlugt dees streken,
Door al uw zustren reeds ontweken;
Zet u in betere oorden neêr,
De lente is hier al lang verdwenen,
De lieve zomer ook is henen,
Hier zyn geen schoone dagen meer!

Geliefde, vlugt! geen voedzaam koren
Staet hier meer op het dorre land;
Waer t ryk en vruchtbaar was te voren,
Vindt gy thans niets dan stuivend zand;
Geen plekje gronds bleef uitgezonderd,
t Is alles naekt en bloot geplonderd,
Het woud zelfs schudt zyn hulsel ner.
Blyf in dit oord niet langer zwerven
Of ligt zult ge er aen honger sterven; --
Hier is op t veld geen voedsel meer!

Vlieg heen! men vindt hier op den akker
Geen vogel meer die zingen wil,
Niets schynt er levendig, niets wakker,
Maer alles is er dood en stil
Alleen, op boomen hooggewassen
Zit eenzaem soms een raef te krassen;
Alleen, by t windrig, buijig wer,
Hoort men van verre een jagtroer knallen,
Of t rundvee loeijen op de stallen; --
Hier is op t veld geen vreugde meer!

Vlugt, lieve! want nog luttel weken,
En dan zal t hier zoo yslyk zyn!
Dan maekt de winter deze streken
Zoo naer, zoo doodsch als een woestyn.
Dan klemt de vorst met yzren handen
De stroomende rivier in banden;
Dat stort de scherpe hagel ner,
Dan zal de sneeuw natuer bedekken,
En haer tot rouwgewaed verstrekken;
Dan is hier niets dan weedom meer!

Gy hoort wat plagen, welke rampen
Zich hechten aen deez ruwen grond;
Hoe alles met den dood zal kampen,
En vliegt gy, Zwaluw! hier nog rond?
o Vlugt, geliefde! vlugt dees streken
Door al uw zustren reeds ontweken;
Zet u in betere oorden neêr;
En als de winter is verdreven,
En als de schepping zal herleven,
Breng, lieve! dan de lente ons wer!


Bron: Spiegel van de Nederlandsche poezie door alle eeuwen. (1939) N.V. De Spiegel, Amsterdam

E-Mail: 0vwijk02@lelystad.flnet.nl

Laatste wijziging: 08-sep-96


Coster-pagina