J.H. LEOPOLD

ZES CHRISTUS-VERZEN


3

“Daar was weening in mijn beî oogen
en in mijn ziel een bleek verwelken
en in de leegte hing getogen
treuren, een droefheid …
Welke,welke?
-----
5. Het zal wel wezen hetzelfde weenen,
dat heeft geknakt al de blijzijns kelken,
bangheid om een verloren ééne
dier zielslievelingen.
Welke, welke?


TerugVooruit