J.H. LEOPOLD

ZES CHRISTUS-VERZEN


5

KERSTLIEDJE

In de donkere dagen van Kersttijd
is een kind van licht gekomen,
de maan stond helder over den dijk
en ijzel hing aan de boomen.
----
5. Onder de doeken in de krib
daar lag dat lief Jezuskindekijn
en spelearmde en van zijn hoofd
ging af een zuivere lichtschijn.
---
Maria die was bleek en zwak
10. op de knieën neergezegen
en zag blij naar het kindeke;
en Jozef lachte verlegen.
---
En buiten in de bittere kou
en de stille Kerstnacht laat
15. de heilige driekoningen kwamen van ver
door de diepe sneeuw gewaad.
---
De heilige driekoningen hoesten en doen
en rood zijn beî hun ooren,
een druppel hangt er aan hun neus
20. en hun baard is wit bevroren.
---
De heilige driekoningen in den stal
verwonderd zijn binnengetogen;
het licht, dat van het kind afging,
schijnt in hun groote oogen.
---
25. De heilige driekoningen staren het aan
en weten zich niet te bezinnen
en het kind ligt al te kijken maar
en tuurt in een denkbeginnen.


TerugVooruit