J.H. LEOPOLD

EEN KEUZE UIT ZIJN POËZIE NA 1900


'De Molen' is vermoedelijk rond 1900 geschreven; eerste publicatie in Verzen (1913). 'Kinderpartij' is geschreven tussen 1903 en 1906; het was in eerste instantie bedoeld voor het poëziealbum van de op 30 januari 1903 tien jaar geworden Mientje Robertson. Een eerste versie die op een aantal plaatsen sterk afwijkt van de definitieve, is in handschrift bewaard. Eerste publicatie: De nieuwe gids juli 1906. Leopold schrapte de opdracht 'Voor Mientje Robertson' pas bij de tweede druk van Verzen. Leopolds bewerking op basis van een Duitse en een Engelse vertaling van de uit de elfde eeuw daterende Rubaijat van de Perzische dichter Omar Khayam werd voor het eerst gepubliceerd in De nieuwe gids van november 1911. In Verzen werd dit alles gebundeld. 'Cheops' werd voor het eerst gepubliceerd in De nieuwe gids van januari 1915; als afzonderlijke publicatie werd het gedicht in 1916 uitgebracht in de bibliofiele Zilverdistel-reeks (met toevoeging van het latijnse motto).

Voor tekstgeschiedenis en secundaire literatuur (tot 1983) zie: J.H. Leopold Gedichten I, De tijdens het leven van de dichter gepubliceerde poëzie. Historisch-kritische uitgave, verzorgd door A.L. Sötemann en H.T.M. van Vliet. Deel 2 Apparaat en commentaar. Amsterdam/Oxford/New York, 1983. Een publicatie van na die tijd over 'Kinderpartij': J.D.F. van Halsema, '"In aller midden daar alleen"; Aantekeningen rond J.H. Leopolds "Kinderpartij" '. In: W.F.G. Breekveldt e.a. (red.), De achtervolging voortgezet; Opstellen over moderne letterkunde aangeboden aan Margaretha H. Schenkeveld. Amsterdam 1989, blz.228-270.

Dick van Halsema