Oostersch

Verzen naar Perzische en Arabische dichters

Jan Hendrik Leopold (1865-1925)

Coster-pagina

8

IK zag met pronk en kostbaarheden
en een hooghartig oogopslaan
een pauweveer in den quoraan;
de groen en rosse strengen gleden
over den tekst, het wuft verguld
had al de bladzij opgevuld
en midden in de soeren lag
de blauwe spiegel en zijn lonken
de strakke verzen overblonken
lichtzinnig spelend met den dag
en bont juweel en wulpsch azuur
had op de letteren beslag
en overschaduwde de schriftuur.

En ik: dat op het heilig boek,
dat op de regels heet bewogen
om al, wat zij behelzen mogen
van Gods belofte en Godes vloek,
de onbezonnen dartelheid
zijn loozen tooi heeft uitgespreid,
dat het gebodwoord van den Heer
het bed is van een vogelveer!


En zij: laat af van aan te klagen.
Schoonheid is tyranniek gezind
en zelfgerecht en voert bewind
naar eigen wil en welbehagen!



Bezorgd door Joachim Verhagen (J.C.D.Verhagen@fys.ruu.nl).
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.
Oostersch hoofdpagina. Naar de Coster-pagina.