Oostersch

Verzen naar Perzische en Arabische dichters

Jan Hendrik Leopold (1865-1925)

Coster-pagina

9

JEZUS, die door de wereld ging,
  was in een landstad aangekomen
en had zijn ongemerkten weg
  over het marktplein heen genomen

En zag een hond stroef als een wolf,
  plat op de steenen, onbewogen,
wiens leven heengeweken was,
  wiens Jozef uit de put getogen.

En om het kreng verrot en vocht
  stonden de menschen stil en keken
en waren bits: een gierenzwerm,
  die op een aas is neergestreken.

En een: de walg van dit gezicht
  benevelt en verwart het hoofd
met troebelingen als een kaars
  roetwalmend door de wind gedoofd.

Een ander: van dit gistend vod
  en vuil het eenigste gewin
is duisternissen voor het oog
  en schrik en afschuw voor den zin.

Zoo zong een ieder daar zijn lied
  maar allen in denzelfden toon
en overstelpten met verwijt
  en spraken bitterheid en hoon.

Jezus zag naar het liggend dier
  en sprak en zeide enkel dit
en was beschamend rondom:
  de tanden zijn als paarlen wit.



Bezorgd door Joachim Verhagen (J.C.D.Verhagen@fys.ruu.nl).
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.
Oostersch hoofdpagina. Naar de Coster-pagina.