Rosalie Loveling

3e gedeelte De Hond

Zie eens den buitenschoenmaker. Komt gij 's namiddags in den noenstond, dat is op zijne rusturen, in zijn huis, gij vindt hem bezig met zijn hondje te leeren. Het vliegt u in de beenen, zoodra gij den voet over de drempel zet, maar hij roept het terug, en verzekert u, dat het niet bijten zal, alsof al het overige u enkel aangenaam kon zijn, en gij zijn geblaf moest verzettend vinden. Zijne kleine jongen staat in het midden van den vloer, en is bezig eene koord rondom zijnen top te winden. Hij ziet u aan zonder spreken. Zeg eens: "Dag, mijnheer'' gebiedt hem zijn vader, en het kind gehoorzaamt, en zegt: "Dag, mijnheer''. "Neem dan de muts af,'' herneemt de vader weer, en het kind doet, wat hem bevolen wordt. Daar vader of moeder hem telkenmale zeggen, wat hij hoeft te doen, wanneer er iemand aan huis komt, zou het den knaap onmogelijk zijn te raden, dat hij spreken moet en de muts afnemen, vóór het hem gezegd wordt.

Vraagt gij aan den schoenmaker, of zijn zoontje reeds lezen en schrijven kan, hij zal u antwoorden, dat hij 't niet weet, dat zulks de zaak is van den schoolmeester, die hem onder handen heeft. Wanneer gij u daarna tot den kleine wendt, en hem rechtstreeks vraagt, wat men hem leert, zal hij eenen oogenblik wachten, en vader bezien, zonder u te antwoorden, maar zohaast deze hem zegt, dat hij spreken moet, geeft hij u alle soort van inlichtingen over de school en den voortgang, die hij doet, en gij wordt gewaar, dat ge een zeer schrander, wakker kind voorhanden hebt, en zijt verwonderd, hoe de schoenmaker zich niet meer met zulk een zoontje bezighoudt, en hoe het mogelijk is dat hij tehuis zijne opvoeding zoo deerlijk verwaarloost.

Maar als gij hem eens vroegt, wat zijn hondje al kan, hij zou u antwoorden, dat dit het merkwaardigste dier ter wereld is, al zijn vermaak, en voor geen geld te koopen. Het kan boodschappen doen; het kan op twee schuinsche pooten loopen; het haalt zijns meesters zakdoek te voorschijn, gelijk waar hij dien verborgen heeft, en gaat zijnen meester zelf des zondags in de herberg opzoeken, wanneer er iemand tehuis op hem wacht. De man zal niet ophouden u al de toeren op te sommen, die het kan verrichten; hij heeft zelfs een heel stelsel uitgevonden om honden te leeren, en geraakt in opgewondenheid, als hij daarover spreekt.