Rosalie Loveling

Moeders Krankheid uit: Gedichten, 1870

"Wat zal van de kindren geworden?..."
Zij zat in het klein vertrek
En zag ze buiten spelen;
Zij hoorde niet hun gesprek.

Zoo moeder eens moest sterven,
Zeî 't oudste van de drij,
De groote klok zou luiden,
De kindren zeggen 't mij.

Zijn broêrken sprak: "Dan zouden
"Wij nooit naar school meer gaan
"En al de boomkens verplanten,
"Die in het hoveken staan.

En 't kleinste riep, wijl 't denkbeeld
Zijn hertje kloppen deed:
"k Zou mijn pop een rokjen maken
"Uit moeders beste kleed!"