Virginie Loveling

Najaarsindruk Uit: Gedichten, 1870

De vogels zijn heen en de velden zijn naakt;
De wei vol waterplassen;
De bladeren liggen in het slijk,
Die in de lente wassen.

De wingerdranken slingren woest
En vallen van den gevel;
Nu hangt de treurnis over 't gemoed,
Gelijk een grauwe nevel.

Nu voelt het al den kouden slaap
En voelt den winter komen;
Nu zinken ze in den doodslaap ook
De gedachten en de droomen.

De wind ruischt door den naakten boom;
De hemel dreigt met regen;
Het lichte zaad der distels waait
In pluimkens langs de wegen.

De jonge wachtster staat bedrukt:
Zij hoedt voor 't laatst de koeien,
Die langzaam opzien van den grond
En naar hun stallen loeien.

Zij volgt gedachtloos met haar oog
De wolken in de verte;
Dood en vernieling ligt over de aard
En de moedeloosheid in 't herte.

J. Worp heeft dit gedicht op muziek gezet onder de titel Herfstliedje