Virginie Loveling

Ik Weet Niet 1861

"Ik weet niet," suisde 't stroomend beekje,
"Noch wat ik ben, noch waar ik ga."
"En ik dan?" zuchtte in de hooge boomen
't Geritsel van den wind het na.

"En ik? en ik?" zeî braam en bieze,
"En ik?" riep alles ondereen.
En 't zand, dat opstoof langs de wegen,
Wist niet waarom, wist niet waarheen.

Een meesje zat op 't wilgentronkjen
En vloog langs 't water zoekend voort. -
Hebt gij nooit in uw eigen harte
Een weerklank van die stem gehoord.