Jan Luiken

Air


Droom is 't leven, anders niet;
't Glijdt voorbij gelijk een vliet,
Die langs steile boorden schiet,
Zonder ooit te keren.
D' Arme mens vergaapt zijn tijd,
Aan het schoon der ijdelheid,
Maar een schaduw die hem vleit,
Droevig! wie kan 't weren?
D' Oude grijze blijft een kind,
Altijd slaap'rig, altijd blind;
Dag en ure,
Waard, en dure,
Wordt verguigelt in de wind;
Daar mee glijdt het leven heen,
't Huis van vel, en vlees, en been,
Slaat aan 't kraken,
d' Ogen waken,
Met de dood in duisterheên.

1671


Ingezonden door IJme Woensdrecht

Project Laurens Jz. Coster