Tempel en Kruis - H. Marsman


- III -

De nacht schrijdt voort;
de laatste slag verklonk,
en in zijn hart welt weer de droefenis
om het verminkt bestaan
en wat het werd,
nadat de godenbeelden zijn vernield.
en weer ziet hij zich op een morgen staan
tussen de glooiingen en 't heet azuur
van het demetrisch eiland,
éen brandend gouden uur
bezield door het geweld
van de antieke zuilen,
en van een rust vervuld
zo sterk en ongekweld
dat hij den dood vergat,
het sluipend schaduwbeest
dat hem een leven lang
een dubbelganger was geweest
en hem tot in de holen van den slaap vervolgd.
toen liet het van hem af --
hij voelde dat hij rees,
terwijl hij dieper drong in het geheim der aarde
en dat hij zonder vrees kon denken aan zijn graf.

niet meer verteerd door een onwerelds heimwee,
ontstegen aan den angst van zijn ontredderd vlees.

Terwijl hij loopt, ...