Tempel en Kruis - H. Marsman


- V -

Het was donker,
hij lag op zijn bed.
hij had het raam op den haak gezet,
opdat het getij van den nacht
door de baai van zijn kamer kon gaan
en zijn dromen stijgen en dalen
op de golven der maan,
en hij dacht:
'hoe vaster ik slaap,
des te zwaarder slaapt het heelal,
hoe dieper ik ademhaal
hoe hoger de nacht
en het lied van den nachtegaal.
kan het zijn,
dat van Genesis af
het parabolisch Verhaal,
de Ellips der Geschiedenis --
tot het vuur van de Apocalyps
de laatste beelden verbrandt,
de luchter, het boek en het lam --
niets anders is
dan het vluchtige spiegelbeeld
van mijn slaap, tussen dromen verdeeld?'

De dromen gaan door zijn slaap ...