Tempel en Kruis - H. Marsman


- VI -

De dromen gaan door zijn slaap
als gedrochten door het heelal;
de maan is een dier dat vergaat
in het schaamteloos wolkendal;
en hem, wien het vuur van den geest
met den beet van een schorpioen
door het glad labyrinth van de schors
in het weke der hersenen drong
als gif in een gulzige spons,
breekt bij nacht in een doornenkroon
het zweet der gedachten uit
als een schimmel, een venuskrans.

wie legt nu een doek om zijn hoofd?
zijn schedel klopt als een wond;
maar geen zwam met edik en gal
kust den gemartelden mond.

'O vlees dat uzelve bevlekt ...