Tempel en Kruis - H. Marsman


- VIII -

Vroeg in den morgen dwaalt hij door de stad.
de stilte schrikt, en vluchtig slaat de straat
de lege ogen op naar het gezicht
der oude scheemring aan den overkant,
een wezenloos gelaat, of zij zichzelve
in den spiegel ziet.

hij volgt de gracht,
het dode water slaapt in 't bronzen bed
tussen de werven nog, geen zon belaagt
in het beschimmeld duister van de brug
met judaspenning het geheim der vis.
de bomen stil, 't blad houdt den adem in
van het doorschijnend lispelend verhaal
dat het zich eindeloos herhalen wil
en vreest den overval der dageraad.

Hij dwaalt niet meer ...