Willem Kloos

...toen hij verscheen
scheurde de hemel in een wilden glans
en één uur lang
is het hier brandend licht en warm geweest.

Niemand was zozeer mens,
zo schaamteloos en zonder voorbehoud
heerser en prooi;
geen onzer heeft in heerlijkheid en pijn
zichzelf zo reddeloos vergooid
aan pracht en laagheid,
niemand heeft ooit
een kostbaar leven
zo blindelings vergoten
in een valen dood.

Wie eens zijn stem
het glorieuse klagen
heeft gehoord,
ziet in den nacht hem
als een zuil van bloed
onder den lagen hemel.
een stad in vuur,
die alles heeft geboet
waardoor òns leven
leven is geweest.
een donker vuur
dat eeuwig klagen moet,
een donker vuur
dat eeuwig klagen zal
tegen den zwarten
klaagmuur van't heelal.


Ingezonden door Yvonne vd Berg