Vreugde is zwartgebrand:
asch en omwalming
lijden tot kruis zich spant
uit nachts omarming
leven is weggebloed
naar alle wenden;
geen witte doodengroet
breekt uit de lenden
martel, éen ruischeling,
lokt mij dit enden:
scheemrende kruiseling
aan hemels enden.
Bron: H. Marsman, Verzameld werk Deel 1: Poëzie. Amsterdam/Bilthoven, 1938.
Ingezonden door: IJme Woensdregt