HET HAARDVUUR WIERP ZIJN RODE SCHIJN...

Het haardvuur wierp zijn rode schijn
door t kleine, geurige kamerkijn,
op uw bleek gezichtje mede:
waar vond men zoeter vrede?

Maar, plagend staakt ge naar de vlam
het kleine voetje... en ik nam
het bevend, staamlend tussen
mijn handen in en dekte t toen met kussen.

Dan vielt ge minziek aan mijn hals:
en is een vrouwenhart zo vals?
Wie kon het raden of weten:
de lente kwam, - toen waart ge reeds vergeten.


Victor DELA MONTAGNE
(1854-1915)


Ingezonden door Constant Broos
HTML: Marc van Oostendorp, voor het Project Laurens Jz. Coster