ZOMERNAMIDDAG

Mijn lieveke, zeg, herinnert ge t u?
Het was een zonnige zomernamiddag:
geen windje dat ruiste, geen blad dat bewoog;
een hemel zo blauw als t azuur van uw oog, -
o zonnige zomernamiddag.

En velden en weiden, en t eindloos verschiet,
o heerlijke, zonnige zomernamiddag, -
ze lagen in diepe, gezegende vree,
die vrede, wij leefden betoverd hem mee,
o zonnige zomernamiddag.

Wij gingen, wij dwaalden langs t lommerig pad,
o heerlijke, zonnige zomernamiddag, -
uw hoofdje op mijn schouder, vertrouwend en goed,
mijn mond op uw geurige lokkenvloed,
o zonnige zomernamiddag.

Wij zwegen: die stilte sprak machtig tot ons, -
o heerlijke zonnige zomernamiddag, -
wij zwegen, als had er een woordje, maar één,
de tover verbroken die zweefde om ons heen,
o zonnige zomernamiddag.

Wij zwegen, maar lieveke, zweeg ook ons hart?
O heerlijke zonnige zomernamiddag...
Wij zwegen, in wondre dromen vervoerd,
en - kindren - tot schreiens, tot schreiens ontroerd,
o zonnige zomernamiddag.

Mijn lieveke, zeg, herinnert ge t u?
Die heerlijke, zonnige zomernamiddag?
In gans mijn bestaan is geen dag die mij heugt,
vol beetre gedachten en rustiger vreugd,
als die zonnige zomernamiddag.


Victor DELA MONTAGNE
(1854-1915)


Ingezonden door Constant Broos
HTML: Marc van Oostendorp, voor het Project Laurens Jz. Coster