Welk gedicht kan hier bedoeld zyn? De chronologische volgorde verbiedt ons hier te denken aan: de laatste dag der Hollanders op Java door sentot, want dat stuk is nà de Havelaar geschreven, en misschien wel onder de indruk van de Havelaar. Daar ik Sjaalmans pak niet bij de hand heb, en toch gaarne de lezer in staat stellen wil zich 'n denkbeeld te vormen van Droogstoppel's verontwaardiging, neem ik verlof die arbeid van Sentot aan de Natie voor ogen te leggen. Het zal de toekomstige geschiedsschryver aangenaam zyn te kunnen bewyzen dat het niet an waarschuwingen ontbroken heeft.

Er zyn er die beweren dat myn vriend S.E.W. Roorda van Eysinga om 't vervaardigen van dit stuk uit Indië verbannen is. De heer Van der Wyck, Raad van Indië en als zodanig een der voorstanders van die uitzetting, heeft dit ontkend. Ook andere regeringsmannen loochenen het verband tussen Sentots profetengaaf en Roorda's verdrietig en onverdiend omzwerven. Sommigen waren van gedachte dat deze duisterheid opgehelderd zou worden by behandeling van Roorda's zaak in de Tweede-Kamer, waar overlegging kon verwacht worden -- en geëist, want het Regerings-Reglement schryft dat overleggen voor -- van 't besluit waarby de gezagsdaad was uitgevoerd. Maar de Minister Fransen van.de. Putte meende te kunnen volstaan met de aanbieding van een extrakt uit die beschikking, en de leden der Kamer berustten in die onwettigheid. Vrage: wat stond er in 't achtergehouden deel van dat dokument? Iets over Sentot's Vloekzang? Misschien die Vloekzang zelf? Bestond er wellicht zeker schuldbesef dat angstig maakte voor de openbaring van dat stukje? In dit geval is de toeleg niet gelukt, want -- al zy 't dan dat R.V.E. zelf nooit de hand leende tot publikatie -- het verscheen herhaaldelyk in druk, en ikzelf vond het meer dan eens opgenomen in provinciale blaadjes. Zowel om de edele verontwaardiging die er in schittert als om de letterkundige verdiensten, vinde het hier een blyvende plaats. Reeds elders maakte ik de opmerking dat het in gloed en in kracht van uitdrukking zegevierend de vergelijking kan doorstaan met de beroemde imprektatie van Camille.

DE LAATSTE DAG DER HOLLANDERS OP JAVA
DOOR
SENTOT

Zult gy nog langer ons vertrappen,
Uw hart vereelten door het geld,
En, doof voor de eis van recht en rede,
De zachtheid tergen tot geweld?

Dan zy de buffel ons ten voorbeeld,
Die sarrens moê, de hoornen wet,
De wrede dryver in de lucht werpt
En met zyn lompe poot verplet.

Dan schroeie de oorlogsvlam uw velden,
Dan roll' de wraak langs berg en dal,
Dan styg' de rook uit uw paleizen,
Dan trill' de lucht van 't moordgeschal.

Dan zullen wy onze oren strelen
Aan uwer vrouwen klaaggeschrei,
En staan, als juichende getuigen,
Om 't doodsbed van uw dwinglandy.

Dan zullen wy uw kindren slachten
En de onzen drenken met hun bloed
Opdat der eeuwen schuld met rente,
Met woekerwinste word' vergoed.

En als de zon in 't westen neerdaalt,
Beneveld door de damp van 't bloed,
Ontvangt zy in het doodsgerochel
De laatste Hollandse afscheidsgroet.

En als de nachtelijke sluier
De rokende aard heeft overdekt,
Djakhals de nog lauwe lyken
Dooreenwoelt, afknaagt, knabbelt, lekt...

Dan voeren wy uw dochters henen,
En elke maagd wordt ons een boel,
Dan rusten we aan haar blanke boezems
Van moordgetier en krygsgewoel.

En als haar schand zal zyn voltrokken,
Als wy ons hebben moê gekust,
Als elk tot walgens toe verzadigd,
Het hart van wraak, het lyf van lust...

Dan tygen wy aan 't banketteren,
En de eerste toast is: "'t Batig Slot!"
De tweede toast: "aan Jezus Christus!"
De laatste dronk: "aan Neêrlands God!"

En als de zon in 't oosten opdaag,
Knielt elke Javaan voor Mahomed,
Wyl hy het zachtste volk der aarde
Van Christenhonden heeft gered.


De opmerkzame lezer ziet dat de brave Droogstoppel ongelyk had in z'n verontwaardiging over dit -- of 'n dergelyk -- stuk. Ook had Franssen van de Putte het besluit der Regering, waarby de heer R. van. E. verbannen werd, in alle gerustheid integraal kunnen overleggen. Sentotzegt immers niet dat dit alles zo wezen zàl. Hy waarschuwt slechts dat het geschieden zou, indien de Hollanders voortgingen hun 'hart te laten vereelten door 't geld en de Javaan te vertrappen'. Daar nu dit geval -- vooral na de oprichting der Javaannutmaatschappy en al 't geredekavel in de Kamer -- ondenkbaar is, zal de zaak veel beter aflopen dan Sentot in 'n wanhopig ogenblik meende.

Voor wie 't niet weet, hier de mededeling dat de pseudoniem Sentot niet byzonder ongepast de herinnering in 't leven roept aan de javase oorlog. Sentot namelyk was in zeer letterlyke zin de nom de guerre van Alibassa Prawiro Dirdj, 't uitstekende legerhoofd van de 'muitelingen', zoals de party van Diepo Negoro in chauvinistisch hollands genoemd werd, een vertalingsfout waaraan zich ook de Spanjaarden schuldig maakten jegens de Nederlanders, toen dezen zoch van indelikate vreemdelingen trachtten te ontslaan. De meer of mindere juistheid van zodanige uitdrukkingen hangt dikwyls af van geografische ligging, dagtekening, huidskleur, geloof, en behoefte aan batige saldo's. De muiters van gister zyn dikwyls de helden en martelaren van vandaag.

Wat overigens die Sentot betreft, men heeft hem na afloop van de Javase oorlog te vriend gehouden. Hy heeft z'n laatste levensjaren gesleten als gepensionneerde van de nederlandse Staat, en z'n krygslieden werden by 't ned. ind. leger ingelyfd, doch niet en corps... wat zyn goede reden had. Nog in myn tyd -- die wat Indië aangaat, een aanvang nam in januari 1839 -- onderscheidden zich de uit Sentot's Barissan (geregelde troepen) afkomstige soldaten door goed gedrag, tucht en militaire houding. Het was niet zeldzaam, by inspektieën of parades, een hoofdofficier, by 't wysen op 'n flinke kerel, te horen zeggen: Ienie apa lagie orangnja Sentot! 'Dat is nog een man van Sentot!'


L.Jz. Coster