Hier voor 't eerst had ik 't genoegen een paar namen voluit te schryven, die in vorige uitgaven met puntjes verminkt waren. Tot op dit ogenblik toe kende een zeer groot getal lezers de naam niet van de provincie waar de in Havelaar behandelde voorvallen plaats grepen. Men moest zich vergenoegen met de klank Leb. En dat zo'n storende terughouding nadelig gewerkt heeft, zowel op het schilderachtige der voorstelling als op 't betrouwbare van m'n beweringen, spreekt vanzelf. Dit was dan ook 't doel van dat verraderlyk kastreren. Men zie hierover de zo-even aangehaalde Noot op Idee 289.. De Engelsman Wallace -- die nota bene de engelse vertaling van de Havelaar niet onder ogen gehad heeft, want dáárin staan namen en datums voluit gedrukt -- ontzegt aan m'n werk alle waarde omdat ik geen plaatsen en dagtekeningen opgeef.

Men heeft my verzekerd -- of 't waar is, weet ik niet -- dat de heer Van Lennep m'n handschrift ten-geschenke heeft gegeven aan de Maatschappy der Nederlandse Letterkunde te Leiden. Indien ik hierin wèl geïnformeerd ben, zou dat Genootschap in de gelgenheid zyn te onderzoeken of 't myn schuld is, dat in vorige uitgavend namen van plaatsen en personen of de dagtekeningen met lafhartige puntjes gespeld zyn?

L.Jz. Coster