De drie laatste woorden zyn de naam, de twee eerste drukken de titel uit. Het spreekt vanzelf, dat de juiste vertaling van zodanige titel moeilyk is. Toch heeeft het de oude Valentijn in z'n werken over Oost-Indië beproefd. Hy spreekt van 'hertogen' en 'graven'. Hierin ligt voor iemand die de Inlandse Hoofden kent, iets zonderlings. Na de velerlei titels van meer of min schynbaar-onafhankelyke Vorsten is die van Pangérang de hoogste. Zo'n Pangérang zou men met enige kans op juistheid, Prins kunnen noemen, omdat deze rang ontleend is aan verwantschap met een der regerende huizen van Solo (Soerakarta) en Djokja (Djokjakarta) schoon hierop, naar ik meen, uitzonderingen bestaan, waarmee we nu niet te maken hebben. De naastvolgende titel is die van Adhipatti, of voluit: Radhen Adhipatti. Radhen alleen, duidt 'n rang van lager orde aan, doch die nog vry hoog boven 't gemeen staat. iets lager dan Adhipatti staan de Tommongongs.

De adel speelt in de javase huishouding een grote rol. Het Gouvernement heeft zich 't recht aangematigd adellyke titels toe te kennen, iets dat eigenlyk met het grondbeginsel van onderscheiding door geboorte in stryd is. Ook in Europa evenwel zien wy 'tzelfde verschynsel. Stipt genomen kan een Regering iemand toestaan zekere titel te voeren, de voorrechten te genieten die aan zekere stand verbonden zyn, maar geen macht ter wereld kan bewerken dat iemand wiens voorouders onbekend waren, op-eenmaal de afstammeling wordt van een geslacht dat reeds eeuwen geleden in aanzien was. Wat Java aangaat, de gebeneficiëerden berusten vry geduldig in 't hun toegeworpen voordeel. Men beweert echter dat er onder de minder gunstig bedeelden -- en misschien ook onder de Bevolking, die voor echte stamregisters religieuze eerbied heeft -- plan bestaat om de diplomen welke de oude O.I. Kompagnie uitreikte, en die welke door de Buitenzorgse Sekretarie verleend werden, by de eerste gelegenheid te herzien. Er zyn weinig of geen adellyke geslachten op Java -- de regerende vorsten van Solo en Djokja niet uitgezonderd -- welker titels en officiële positie geen stof leveren zouden tot kontroverse en verzet. Dit wacht maar op 't breken van een der mazen van 't net waaronder de gehele javaanse huishouding gevangen ligt.

L.Jz. Coster