Jonge lieden die de Havelaar voor 't eerst lezen in deze uitgaaf, kunnen zich geen denkbeeld maken, hoe volstrekt nodig in 1860 de schets was van de inrichting onzer heerschappy in Indië, die in de volgende bladzyden van de tekst gegeven wordt. En meer nog: op de hoofdplaatsen in Indië zelf was, kort geleden nog, 't mechanisme van ons Bestuur een gesloten boek. Van deze onkunde zou ik vreemdklinkende voorbeelden kunnen aanhalen. Tot juist begrip evenwel van de zeer kunstige -- en toch eenvoudige! -- wyze waarop 't machtig Insulinde door een zwakke natie onder de knie wordt gehouden, verwys ik naar m'n beide brochures over Vrye-arbeid. De fout der Nederlanders is dat ze aan 't vreemde in onze verhoudingen daarginds zo gewoon zyn geraakt, dat ze er niets byzonders meer in zien, en menen dat alles valzelf zo blyven zal.

Wat ik overigens de inrichting van het Binnenl. Bestuur aangaat, mag ik niet onvermeld laten dat sedert enige jaren de Residenten als Voorzitters van de Landraad vervangen zyn door z.g.n. rechterlyke ambtenaren. Deze splitsing van gezag -- ook vooral noodlottig uit 'n politiek oogpunt -- draagt ruimschoots het hare by tot de ellendige toestand waarin 't Inlands Rechtswezen op Java verkeert. Veiligheid van personen en goederen heeft sedert die baarse maatregel schrikbarend afgenomen. Het Ketjoe-wezen neemt by de dag in omvang toe.

L.Jz. Coster