Ik heb de vrouwen van dichters dikwijls horen beklagen, en ongetwijfeld kan er geen enkele goede eigenschap gemist worden, wil men op waardige wijze deze moeilijke levensfunctie kunnen vervullen. De uitzonderlijkste combinatie van verdienstelijke kwaliteiten is nog maar nèt toereikend, en vaak is ook deze nog niet voldoende om gewoon gelukkig te zijn. Voortdurend de muze als derde aanwezig te zien bij uw meest triviale gesprekken, -- de dichter die uw echtgenoot is in uw armen te moeten sluiten en te verzorgen als hij bij u terugkomt, gewond door de ontgoochelingen van zijn zware taak; -- of wel hem te zien wegsnellen achter zijn hersenschim aan... dat is het wat het dagelijks bestaan inhoudt voor de vrouw van een dichter. Ja. maar daartegenover staat de kant van de schadeloosstelling, het ogenblik waarop hij de lauweren die hij verworven heeft door alle inspanningen van zijn talent. eerbiedig aan de voeten legt van zijn wettig beminde vrouw, op de knieČn van de Antigone die deze `blinde zwerver' tot gids is in deze wereld. Want vergis u niet: bijna alle kleinzonen van Homeruszijn op hun manier min of meer blind; -- zij zien wat wij niet zien; hun blik dringt hoger en verder door dan de onze, maar ze kunnen niet recht voor zich uit kijken op hun simpele, alledaagse weggetje, en ze zouden in staat zijn te struikelen en de hals te breken over het kleinste steentje als ze zonder ondersteuning voort moesten door deze proza-dalen waar het leven zich voltrekt.
L.Jz. Coster