By 't nalezen der drie laatste nummers, was ik gedurig in weifeling deze zaak uitvoerig toe te lichten. Als altyd echter... ik heb er geen lust in. Maar ik zal er toch iets van zeggen. De helft van de winst is my -- ná 287 -- door den heer Van Lennep uitbetaald, zynde de andere helft, gelyk volkomen billyk was, genoten door den uitgever. Doch niet hierover liep de kwestie. Het boek had terstond in goedkope editie moeten verschynen om, door 't eensklaps opwekken van de publieke opinie, de Regering te dwingen tor recht doen. Met dat doelwas 't geschreven, en dit was ook de afspraak met den heer Van Lennep, toen ik hem op zyn verzoek, de onderhandeling met 'n uitgever opdroeg.

Ik vertrok daarop naar Brussel, en gedurende myn afzyn veranderde V.L. van... stemming. De vrienden van Van Twist gebruikten hun tyd en invloed voorbeeldig, en dit doen ze nog. Ik maakte aanmerking op den prys van 't boek, op de weinige aankondiging, op de schrae verzending naar Indië -- te Batavia moet honderd gulden voor 'n exemplaar betaald zyn! -- en toen ik ten laatste m'n lastgeving opzei, beriep de heer Van.L. zich op 't hem gezonden <<bewys van eigendom>>. Hyzelf heeft later, in stukken die ik tonen kan, erkend dat de helft van de opbrengst my behoorde, 'tgeen onjuist wezen zou, indien ik hem 't kopie-recht verkocht had. Dit laatste heeft hy dan ook nooit beweerd. In een tegen my gepubliceerde brief -- dien ik nog thans volledig kan wederleggen: de eerste regel de beste van dat stuk is 'n onwaarheid -- vermydt hy met zorg de zinsnede: gy hebt my den Havelaar verkocht! Deze indruk had bovenop moeten liggen in z'n gemoed, en dus -- onwillekeurig zelfs -- telkens voor den dag komen. Juist andersom evenwel, hield hy dien binnen. Dit geschiedde niet onwillekeurig, voorzeker! Want wie iets natuurlyks nalaat, moet er z'n redenen voor hebben. Nooit sprak hy 't woord uit, waarop de hele zaak neerkwam. Noch rechters, noch advokaten -- armzalige psychologen gewoonlyk! -- hebben gelet op die betekenisvolle leemte. Wat myzelf aangaat, voor 't Hof betuigde ik kortelyk: dat boek niet aan den heer Van.L. verkocht te hebben. Betoogd, bewezen, gepleit, heb ik niet. Vóór de zitting reeds, ontwaarde ik dat de Voorzitter stokdoof was, en bovendien, ik wist... kortom, ik was misselyk van de zaak, en dat ben ik nog. Toch voel ik -- nu eenmaal de elementen aannemende, waaruit zo'n college is saamgesteld -- my verplicht te erkennen dat het Hof, na myn dédain om de zaak behoorlyk uit te leggen, niet anders beslissen on dan 't gedaan heeft.

Als menskundige studie zou de uiteenzetting belangryk zyn, van de redenen die den heer V.L. bewogen: "te beletten dat myn boek in kroegen en toko's gelezen werd." Aldus luiden zyn woorden in den gepubliceerden "Brief", welk stuk alzo de erkentenis inhoudt dat hy afweek van de voorwaarden waarop ik hem myn handschrift toevertrouwde. Zó schreef de man die my te voren verzekerde: flectere si nequo superos, acheronta movebo. Nu, om dien Acheron was 't me niet te doen, als m;een boek maar overal op z'n tyd te verkrygen was geweest! Men zag 't byna nooit in 'n boekwinkel. Telkens werd er uitgestrooid dat het uitverkocht was. Dit heeft jaren geduurd, en lang genoeg om 't efect te vermoorden, waarop ik recht had, een verraad dat Nederland en Indië zeer duur te staan komt. 't Herstel der zaken in Insulinde is gaandeweg onmogelyk geworden.

Hoe node ik my met de geschiedenis der uitgave van de Havelaar bezighoud, acht ik 't hier de plaats zekere... beschuldiging te wederleggen, die men gretig heeft aangevat om den indruk van dat boek te verzwakken. Na de door de clique van Van Twist uitgestrooide en levendig gehouden bakerpraatjes omtrent myn karakter -- dat men toch zo makkelyk kon leren kennen uit Havelaars nooit ontkende handelingen! -- heeft niets my meer geschaad, dan de aanklacht van mooischryvery... een ongewoon vergryp waarschynlyk! Van Twist zelf gaf daartoe 't sein, door in de Kamer te praten van <<des schryvers talent>> waarachter hy -- óók 'n talent waarachtig! -- z'n eerloos plichtsverzuim wegstopte. <<Het boek is 'n roman>> zegt men, en als bewys wordt aangevoerd, dat de namen van plaatsen en sommige personen niet voluit gedrukt zyn. Voor Lebak staat <<Leb.>> In plaats van Serang moet men genoegen nemen met <<<Ser... of S...>>

Die kinderachtige puntje nu -- met andere zaken, sommige, doch niet alle, van minder belang; als byw. de zevensterrige interpunctie, die benden kritiek is; -- zyn van de corrigerende redactie des heren Van Lennep!

Dat ik niet in zulke puntjes doe, blykt uit alles wat later van my verscheen. Ik spel den naam van Van Twist in letters.

Na 't verschynen van den Havelaar, zag ik wel terstond in, hoe nadelig dat ontmannen van m'n arbeid werken moest, maar nooit werd my de strekking van dien coup de jarnac zo duidelyk, als onlangs by de verschyning van de door prof. Veth, onder den titel <<Insulinde>> bezorgde vertaling van 't werk des engelsen schryvers Wallace.

Die auteur is zoöloog, entomoloog, botanist, enz. Na in die hoedanigheden een blauwmaandag te hebben rondgezworven in de bossen van Borneo, Celebes, Timor, en zelfs van java... na 't uittekenen van apen, kevers, en hagedissen, achtte hy zich op eenmaal bevoegd -- Specialiteiten, vóór! -- tot het uitspreken van een oordeel over Indische toestanden. Hy werpt den Havelaar, dien hy 'n <<vervelende en langwylige geschiedenis>> noemt, mir nichts dir nichts opzy, en verwyt me dat myn boek <<slechts de strekking heeft om aan te tonen: dat de Nederlandse gezaghebbers de ogen sluiten voor de afpersingen der inlandse hoofden, en dat in sommige districten de inboorlingen moeten werken zonder betaling, en zich hun goederen zien ontnemen zonder vergoeding.>> (Insulinde, blz. 165) Nu, iets anders dan dit -- en dat de Weledele heer Droogstoppel dit alles goedvindt -- heb ik dan ook niet willen aantonen. Het spyt me voor Mr. Wallace, dat hy 't niet genoeg vindt. Op die betuiging van ontevredenheid volgt een verdediging van 't Regeringsstelsel -- alsof ik dat had aangetast, ik die juist aandrong op 't handhaven van de wet! -- en hy beweert dat m'n werk vooral daarom geen waarde heeft <<omdat ik geen dagtekeningen en geen byzonderheden vermeld, en de door my aangevoerde grieven alzo niet konden onderzocht worden.>>

Hier zyn we alzo weer aangeland in de buurt der vernuftige puntjes des heren Van Lennep. Myn integriteit wordt gewraakt, omdat die letterkundige 't woord Lebak met één letter verkoost te spellen, en de jaartallen met stipjes!

Dit schynt men dien Wallace verteld te hebben, daar hy den Havelaar niet gelezen heeft. 't Is voor z'n apen en kevers te hopen dat ze wat minder van-horen-zeggen geportreteerd zyn, de arme dieren. Neen, gelezen heeft de eerlyke man 't <<vervelend en langdradig>> boek niet! Want hy verstaat geen hollands, en in de engelse vertaling van m'n vriend Nahuys, zyn de Van Lennepse puntjes behoorlyk door letters vervangen.

De diepzinnige kritiek van Mr Wallace is dus nogal gemakkelyk te weerleggen. Men ziet echter hieruit, welk wapen de heer Van Lennep den tegenstanders van m'n armen Havelaar in handen gaf. En dit is nog zo. De laatste uitgave van dat boek door den tegenwoordigen uitgever Schadd, is even verminkt als de vorigen. Die heer heeft het niet de moiete waard geacht, by die uitgaaf myn hulp in te roepen, noch zelfs my daarvan kennis te geven. Ik geloof niet dat zo-iets zou kunnen plaatsvinden in 'n beschaafd land. Over de wyze waarop in 't goddienend Nederland, m'n naam, m'n arbeid, m'n denkbeelden, m'n tegenspoed, geëxploiteerd worden, zyn boekdelen te schryven. De lust om dit aan te tonen, vergaat me by 't besef dat ik 't woord richt tot 'n Publiek dat -- <<met God>> waarschynlyk -- party trekt voor schelmery.

(1872, in 1879 gedrukt als Idee 289a)


Naar het idee.
Naar de eerste pagina.