In 't gemis aan 'n bruikbaar voornaamwoord voor de tweede persoon meen ik
een der by-oorzaken te vinden, van de moeilykheid om 'n goed hollands
drama te schryven. 't Spreekt vanzelf, dat de hoofdoorzaak dieper zit. Deze
soort van litteratuur zal ten onzent nooit bloeien. Ik hoop hierop breedvoerig
terug te komen. 't Is te vrezen dat ook het Toneelverbond, jammer genoeg,
stro dorst.
Wat overigens die ontbrekende tweede persoon aangaat, in Zweden lydt men
aan 't zelfde euvel. Voor vele jaren heeft de kroonprins van dat ryk --
ik meen de tegenwoordige koning -- getracht een bruikbare tweede persoon
in de spreektaal in te voeren, maar 't is hem niet gelukt.
En wat onze g betreft, ze wordt nog byna overal verscherpt tot ch.
Zo ook hoort men slechts zeer zelden de v behoorlyk uitspreken.
Byna altyd maken we er een f van.
De tyd waarin we 'mens' en 'hollans' (zonder staart) mogen schryven is
gekomen en -- wat my betreft -- reeds voorby. By de correctie dezer uitgave
veroorloof ik me weinig afwykingen. Ik heb zeer veel op de tegenwoordige
spelling aan te merken, maar indien ik alles veranderde wat me niet goed
voorkomt, zou myn werk er vreemd uitzien. Dit vreemde zou misschien
sommigen afschrikken, en daaraan mag ik de verspreiding myner Ideeën
niet opofferen. Dus: vroolyk... godbetert! Waarom niet eens-voor-al
de klinkers die een lettergreep sluiten, ontlast van die gekke verdubbeling?
Zyn we er ongelukkiger om, dat we, sedert een halve eeuw, jaren en
uren met één a en één u
schryven?
(1872, in 1879 iets gewijzigd)
Naar het idee.
Naar de eerste pagina.