Martinus Nijhoff

Haar laatste brief

Verwijt mij niet dat ik lichtzinnig was
omdat ik liefgehad heb zonder trouw
en zonder tranen heenging. Want een vrouw
komt nooit, als zij bij voorbaat niet genas,
de wond te boven ener tederheid
die op toekomstig leven is gericht.
Ik moest mij wel hernemen voor een plicht
waartoe ik onbemerkt ben voorbereid.

Zeg zacht mijn naam, en ik ben in 't vertrek:
de bloemen staan weer in de vensterbank,
de borden in het witte keukenrek.

Want meer van mij bevindt zich in die klank
dan in de jeugd waarom je van mij houdt,
mijn bijna-jongensborst, mijn haar van goud.


Bron: Nederlandse letterkunde : De periode 1920-1945 / samenstelling Rob van Riet. - Utrecht, Antwerpen: Het Spectrum, 1986. Bundel: Nieuwe gedichten
Ingezonden door Piet Bron

HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster