Martinus Nijhoff

Het einde

Vreemd pizzicato van verre guitaren,
Hoorden we buiten reeds de vogels zingen -
De zon kwam door de kieren van de zware
Gordijnen in de stille kamer dringen.

Maar ons gezicht en alle dingen hingen
Nog in 't vermoeide licht der kandelaren -
En tusschen ons, als groote spoken, gingen
Waanzin van woorden, wanhoop van gebaren.

Dit was het einde van den laatsten nacht.
De zon viel strak door 't raam. Tegen het glas
Leunde ik mijn voorhoofd - jij, achter mij, rilde -

Wat tusschen ons bestond, werd omgebracht.
Laten we niet meer denken aan wat was.
God heeft met ons gedaan wat hij doen wilde.


Bron: Nederlandse letterkunde : De periode 1920-1945 / samenstelling Rob van Riet. - Utrecht, Antwerpen: Het Spectrum, 1986. Bundel: Nieuwe gedichten
Ingezonden door Piet Bron

HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster