Martinus Nijhoff

De soldaat die Jezus kruisigde

Wij sloegen hem aan 't kruis. Zijn vingers grepen
Wild om den spijker toen 'k den hamer hief -
Maar hij zei zacht mijn naam en: 'Heb mij lief -'
En 't groot geheim had ik voorgoed begrepen.

Ik wrong een lach weg dat mijn tanden knarsten,
En werd een gek die bloed van liefde vroeg:
Ik had hem lief - en sloeg en sloeg en sloeg
Den spijker door zijn hand in 't hout dat barstte.

Nu, als een dwaas, een spijker door mijn hand,
Trek ik een visch - zijn naam, zijn monogram -
In ied'ren muur, in ied'ren balk of stam,
Of in mijn borst of, hurkend, in het zand,

En antwoord als de menschen mij wat vragen:
'Hij heeft een spijker door mijn hand geslagen.'


Bron: De 200 bekendste, mooiste, tederste, leukste sonnetten / Samengesteld en ingeleid door Robert-Henk Zuidinga. - Amsterdam: Sijthoff, 1985
Bundel: Vormen
Ingezonden door Piet Bron

HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster