Martinus Nijhoff

De vogels

De arbeiders der fabriek aan de overkant
gaan, als de stoomfluit schaften heeft gefloten,
op een terrein, door muren ingesloten,
voetballen, vechten, eten. Onderhand
verzamelen de vogels langs de goten.
De hemel vraagt om kruimels van het land.
Reeds zwenkt de meeuw naar de uitgestoken hand,
en bij de schoen zijn mussen toegeschoten.

Andere vogels hebben het niet zo.
Ik heb hen vaak op de brug gâgeslagen,
zij haalden brood op het stempelbureau.

Als die om kruimels van de hemel vragen,
een bioscoop, een fiets, een radio,
komt de cavalerie de hoek om jagen.


Bron: Nederlandse letterkunde : De periode 1920-1945 / samenstelling Rob van Riet. - Utrecht, Antwerpen: Het Spectrum, 1986.
Bundel: Nieuwe gedichten
Ingezonden door Piet Bron

HTML: Marc van Oostendorp, voor het project Laurens Jz. Coster