Willem Anthonij Ockerse (1760-1826)

Op den dood van Leentje

EEN UUR NA HARE GEBOORTE, MET HARE MOEDER OVERLEDEN
Leentje, ontwaakt van ít lange slapen,
   Wierp een blikjen om zich heen,
Zag, dat hier niets was te rapen,
   Dan ellende en droef geween.
Leentje sloot haar schuldloze oogen;
   ít Sterven was voor haar gewin,
Ze is toen juichende gevlogen,
   Moeder na, ten hemel in.
Bron: Spiegel van de Nederlandsche poezie door alle eeuwen. (1939) N.V. De Spiegel, Amsterdam

E-Mail: 0vwijk02@lelystad.flnet.nl

Laatste wijziging: 08-sep-96


Coster-pagina