DE DOODS-GEDACHTE

De doods-gedachte is een bitter kruid
dat in elks leven wast
en in de afzondering wordt geplukt.
De mens steekt het in een knoopsgat van zijn jas.
Of hij rechtop gaat of zijn hoofd bukt
steeds stijgt de wrange geur
en hangt altijd in de aandachtige neus.
Als hij één ogenblik zijn gelaat betast
dan voelt hij het doodshoofd achter zijn vlees
en wordt die schrik een last.
Wat baat de bloei van een thee-roos
bij de geur van dit bitter kruid?
Elk andere bloem is broos
en bladert uit.
Alleen de doods-gedachte bloeit onsterfelijk
in het knoopsgat van een zwarte jas
en op het wit satijn der bruid.


Karel van den Oever
(1879-1926)


Ingezonden door Constant Broos
HTML: Marc van Oostendorp, voor het Project Laurens Jz. Coster