Ondanks dat Paul van Ostaijen met zijn voorlopende gedichten het meest bekend is geworden zijn ook zijn verhalen en essays meer dan de moeite waard. Een goed voorbeeld hiervan is Diergaarde voor kinderen van nu. In deze groteske verhalen komt zijn scherpe verbeelding prachtig tot uitdrukking. Door zijn ludiciteit en weerbarstige analyses van thema's, waaraan rusteloosheid ten grondslag ligt, wordt Van Ostaijen wel eens de Vlaamse Kafka genoemd. Hetgeen niet zo vreemd is omdat Van Ostaijen de eerste was die Franz Kafka naar het Nederlands vertaalde.

De eerste reeks Diergaarde voor kinderen van nu werden gepubliceerd in de 21ste jaargang van de Vlaamsche Arbeid en wel in de nummers 6 en 7, die uitkwamen in de maanden juni en juli 1926. Waarschijnlijk heeft Paul van Ostaijen deze verhalen geschreven gedurende het einde van 1924 en het jaar 1925. Blijkens een brief aan J. Muls, redacteur van bovengenoemd magazine, die Paul in 1925 aan hem schreef.

De tweede reeks dieren en pseudodieren werden na Paul's dood pas gepubliceerd en wel, jawel wederom, in de Vlaamsche Arbeid. Nu in nummer 6 van deel 23 uit 1928.

Gaston Burssens bundelde in 1932, vier jaar na het overlijden van Van Ostaijen, de hier gedigitaliseerde teksten in de publicatie Diergaarde voor kinderen van nu.

Zoals genoegzaam bekend heeft Gerrit Borgers het edele werk van Gaston Burssens voortgezet en zijn er onder zijn regie vier delen verzameld werk van Paul van Ostaijen uitgegeven. Uit het derde deel van deze verzameling heb ik de dieren genomen. In de papieren  publicatie kunt u behalve tal van andere verhalen en grotesken, ook een tekstverantwoording van de hierboven afgebeelde verhalen lezen.

Het voorplat van het derde deel verzameld werk vertoont een houtsnede van Oscar Jespers. Deze zelfde afbeelding heeft gediend als verluchting van deze Diergaarden-pagina.