Wiegeliedje voor de geliefde

Paul van Ostaijen

Dat trage zich toevouwen je oogleden,
te dragen het loom fluweel van onze nacht.

Onze dag is geweest als bange blanke vazen, die waren blij
de bloemen van ons liefdespel te scharen rei aan rei.

Nu zal je slapem, mijn teergeliefde kind,
want morgen moet je de ogen openen: 'n zeer fris blad dat beeft in morgenwind.

Nu zal je slapen, mijn zachte kind, in de kuil van je haren;
straks is het dag, dan moeten wij weer tuilen lezen gaan

Morgen zal er uit het Oosten 'n koning komen, met nieuwe bruidskleren voor ons beiden;
hem zullen wij, arm in arm, als kinderen in het woud, verbeiden.

Knijp nu je ogen dicht, mijn luie luipaard
en strek je heupen naar je lust. Ach du... du.

29 april 1918