Aan den lieflijken oever der Maasrivier

François Haverschmidt

Aan den lieflijken oever der Maasrivier,
(Niet in Nederland, maar in de Ardennen),
Daar ligt er een stadjen, eerwaardig en fier,
Dat vele reizigers kennen.

Een loodrechte rots verheft er haar top,
Ver boven de spits van den toren,
Met een citadel als kroon op haar kop,
Gesloopt nu, onneembaar tevoren.

Langs de steile trap klimt er menig Miss,
Om de bouwvallen te bewonderen,
Maar wie duizelig of kortademig is,
Bekijkt liever de rots van onderen.
Daar vindt ge trouwens een aardig iets,
Dat ge vruchtloos boven zoudt zoeken:
Op den top van de rots, daar bakken ze niets,
Beneden - daar bakken ze koeken.

Eén van die koeken uit Dinant,
Klokspijs voor alle monden
Wordt hierbij aan haar Schiedamse klant
Door de vrouw van den bakker gezonden.


[François Haverschmidt pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.