Bij de vierde uitgave

François Haversmidt

Het is mij een hoogst aangename taak, dezen 4den druk der Snikken en Grimlachjes van mijn vriend Piet Paaltjens te mogen "bezorgen".

Bij de eerste uitgave liet ik het voorkomen, alsof ik zelf zijn verzen niet zo heel mooi vond; maar nu ieder er anders over toont te denken, durf ik er ook wel voor uitkomen, dat ik er mee dweep.

Het verwondert mij niet, dat de uitgever het noodig gevonden heeft, des dichters portret in staal te doen graveeren. De steendrukken in de beide vorige uitgaven geleken trouwens in het minst niet op de fijne trekken van de gevoelvollen zanger. Maar hier hebben wij hem, zooals hij eenmaal te Leiden geleefd heeft en verdwenen is.

Minder nog kan het mij bevreemden, dat men behoefte gevoeld heeft, zijn poëzie over te zetten in andere, zoo doode als levende, talen. De Fransche vertolking van de heer De Jagher is ongetwijfeld in veler handen. Van de Latijnse hier de volgende proeven:

Bij een van de latere uitgaven waarschijnlijk een paar versjes uit de Atjineesche vertaling.

F.H

S. 24. October 1878


Voetnoten
Zie "de Banier", 3de Jaargang, Afl. 9, en "Sanglots en sourires, poésies de P. Paaltjens, traduites du hollandais par F.L.A. De Jagher, Schiedam, H.A.M. Roelants. [1888]