Het geheim

Piet Paaltjens

Wij zaten te keuvelen,
Daar klonk van de heuvelen
Een weemoedige triller -
Het was Ludwig Hiller:

De begaafde kunstenaar,
De wreedgeschokte,
Die aan zijn klarinet
Die triller ontlokte.

Nooit sprak er ergens
Zo ver mij bekend,
Dieper weemoed
Uit een blaasinstrument.

Het was waarlijk
Om zich te verbazen,
Zo naar stond die
Man daar te blazen!

Maar neen, verbazen
Dat deden we ons niet;
Want we kenden
De reden van zijn verdriet.

Eén onzer althans,
Die er alles van wist,
Van het vreeslijk geheim
Van de clarinettist!