Janus had twee aangezichten

François Haverschmidt

Janus, - niet "neef", maar de god, - had twee aangezichten
Er is altoos baas bóven baas, en thans vindt ge van die nachtlichten,
Om beurten zien ze U aan met de kijkers van hond,
En gluren ze naar U, of een kat voor U stond;
En dàn weer is het, of een uil met zijn blikken U verslond.
Voor menschen, die 's nachts uit een akeligen droom ontwaken,
Zijn zulke lichtjes geschikt, om hen nog akeliger te maken,
Zoodat zij van angst wegkruipen onder het beddelaken.
Gelukkig, wie, als U, Mevrouw, 's nachts nóóit wakker schrikt,
En voor wie het daarom eender is, of een hond, of een kat, of een uil naar haar blikt.


[François Haverschmidt pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.