Op de 25e verjaardag van Joh. Herm. HaverSchmidt

François Haverschmidt

Alvorens ik heermeê begin,
Moet ik, o broeder, U verklaren,
Dat Leen, uw dierb're zielsvriendin,
Met U vereenigd, door de min,
Mij vroeg of ik op uw verjaren,
U ook een versje aan zou biên,
En 't antwoord was: "Ik zal eens zien",

Ach, had ik zulks maar niet beloofd,
Want het begon mij ras te rouwen,
'K had and're affaires in mijn hoofd,
Mijn dichtvuur scheen als uitgedoofd,
'K kon mijn belofte niet meer houen
En ik begreep: als ik 't niet doe
Krijg 'k ook nog kijven erop toe.

Maar kijven is voor mij geen zaak:
'K moest dus in 't einde toch beproeven:
'K ging zuchtend aan mijn zware taak;
Doch dacht: al is 't geen 'k er van maak,
Niet waardig om erop te snoeven,
Voor hem, voor wien het wezen moet,
Voor Herman is het altijd goed.

Gij allen, tot wie ik nu spreek,
Verzoek ik mij gehoor te leenen,
Dit vers toch heeft veel van een preek,
Het maakt zelfs steenen harten week,
En dwingt de koudste mensch tot weenen.
De dag waar Herman op verjaart,
Die is toch wel wat tranen waard!

Een vierde eeuw zijt gij thans oud,
O Broer! en wat kan 'k nog meer begeeren,
Dan dat g' eerlangs met Leentje trouwt,
Dat U die keuze nooit berouwt,
En dat geen ramp U ooit mag deeren.
Zie daar mijn wensch, zoo als gij ziet,
Meer kan, noch wil, noch mag ik niet.

Wat moet thans 't dierbaar ouderenpaar,
Zich op deez schoonen dag verblijden.
Wat is het vreemd, wat klinkt het raar,
Hun zoon is al 25 jaar,
Wie zou hun toestand niet benijden.
Hoe klopt hun hart van zielgeneugd,
Hoe straalt hun oog van oudrenvreugd.
Want hij die reeds al teder kind,
Zich al hun zorgen toe zag wijden,
Die steeds zoo innig werd bemind,
Die nog hun liefde ondervindt,
Voor wien zij zelfs het zwaartste lijden,
Gewillig zouden ondergaan,
Zien zij als Man daar voor zich staan.

Kom juichen wij dan met elkaâr,
Wij ouders, broeders, zusters zamen,
Herman is 25 jaar
Vol dankbaarheid zegg' elk voorwaar,
Op deez verklaring: "amen"!


28 Aug

[François Haverschmidt pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.