Niet als met nevelen...

François Haverschmidt

Niet als met nevelen
De morgenzonne,
Schoon baan zich brekend,
Nog fellen kamp voert,
Ook niet, als blindend
Van hoogen hemel
Des middags glansen
Op de aarde stralen;
Maar, als aan d'avond
De moegestredene,
Niet strijdendsmoede,
Ter gulden kim daalt,
Dan viert de schepping
Haar schoonste zege,
En bloemengeuren
En vogelkoren
En dankbre blikken
Uit menschenoogen,
't Brengt alles hulde
Den overwinnaar.

Dus gij ook, edel,
Gij, gouden Bruidspaar,
Aan 't eind van vijftig,
Niet altoos lichte,
Niet immer blijde,
En toch hoe rijke,
Aan liefde rijke,
Door heilge trouwe
Gewijde jaren!

Uw krachten slonken,
Uw schedel buigt zich,
Maar 't allerbeste
Hebt gij behouden:
Den moed tot leven,
Moed ook tot sterven,
De macht daarbinnen,
Die grijzen jong maakt.
En uit uw handdruk
En van uw lippen
Spreekt de eigen teerheid,
Hetzelfde hart nog,
Dat uwe kindren
Gelukkig maakte,
En velen met hen,
Fier op uw vriendschap.

Gezegende ouden,
Gezegende ouders!
U zegenen ze allen,
Wier zegen gij waart,
En zijt, en zijn zult.
Met gouden letters
Schreeft ge in hun zielen
Uws naams gedachtnis.
En waar thans jubelend
Hun dank u kroont,
Daar is 't Uw leven,
Uw schoone leven,
Dat aan zijn avond
Met de allerschoonste
Der menschenkronen
Zichzelf beloont.


1849

[François Haverschmidt pagina] [Coster pagina]

Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan: coster@dds.nl.