François Haverschmidt
"Eens roemde ik fier, dat 'k nimmer zou beminnen Een exemplaar van 't jufferlijk geslacht; Maar toen ik U zag, sloop de liefde binnen In 't argloos hart met onbedwingbre magt! Rampzalige die 'k ben! Nu is mijn hart gebroken! Op sloffen is de rust van mijn gewond gemoed! Weldra vindt men mijn lijk - een priem door 't lijf gestoken - (Denk ik er aan, dan gaat mijn bloed aan 't kooken). Maar dat is niets! Voor U te sterven is zoo zoet!-"
Augustus 1855
[François Haverschmidt pagina] [Coster pagina]
Bezorgd door Joachim Verhagen.
Opmerkingen aan:
coster@dds.nl.